De kern

Wat zou het toch fijn zijn als de Haagse journalistiek wat meer zou inzetten op de discussie, en wat minder op woordenspelletjes. Neem het voorbeeld van afgelopen week: gedoe rond een kerncentrale.
 Ok, hier is wat er gebeurde.
– Op woensdag schreef het FD dat energiebedrijf Delta een vergunning gaat aanvragen voor een nieuwe kerncentrale in Borssele.
– Op donderdag zei milieuminister Cramer (PvdA, dus tegen kernenergie) dat de vergunning niet zal worden verleend, omdat dat in het regeerakkoord staat. Vrij kort daarna begonnen de voorlichters dat al te ontkennen, maar het was al op de radio geweest, dus dat werd moeilijk.
– Op vrijdag zeiden economieminister Van der Hoeven en premier Balkenende (beiden CDA, dus voor kernenergie) dat de procedure gewoon zal worden doorlopen. In het regeerakkoord staat alleen dat er niet gebouwd zal worden. Dat er geen vergunningen verleend zal worden, staat in andere documenten.

Waarom die andere regeringsdocumenten nu niet belangrijk zijn, zei de premier er niet bij. Opportunisme is een mogelijke verklaring. Minister Cramer had zich in elk geval duidelijk vergist, want in het regeerakkoord staat inderdaad niet meer dan deze twee regels: Er worden deze kabinetsperiode geen nieuwe kerncentrales gebouwd. De kerncentrale Borssele blijft open.

En dus ontstaat er in Den Haag een woordenspelletje: is het in behandeling nemen van een vergunningaanvraag de begin van de bouw? Of eindigt de procedure juist met een bouwvergunning en begint de bouw daarna. En dan wordt het politiek. Wie heeft de meeste macht, wie kan het beste manipuleren, wie verzint de beste zetten in het schaakspel.

Voor mij eigenlijk iets anders interessant: of die centrale er komt. Het schaakspel is daarvan niet meer dan een afgeleide — een middel, niet het doel. Haagse verslaggevers lijken het omgekeerde te geloven: dat je aan het proces van het schaakspel kunt zien wie het gepolitiek het beste beheerst. Dat is op zichzelf een legitieme interesse (hoewel ik ook dan nog steeds het meest geïnteresseerd ben in wat die machthebbers met hun macht doen), zolang die interesse de werkelijkheid niet verstoord. Maar dat gebeurt in dit geval wel.
In dit geval reduceert de journalistiek tot trivia. Ministers worden geconfronteerd met een zinnetje dat een andere minister gezegd heeft. En worden gedwongen daar dan weer op te reageren. De discussie wordt door de journalistiek teruggebracht tot een woordenspel. Dat spel zegt veel over de onderlinge verhoudingen rond het Binnenhof. Maar het zegt niets over of die kerncentrale al dan niet gebouwd wordt.