Wachten we nog even met de baby?

Future People | The Philosopher’s Arms, BBC Radio 4
28 minuten, mp3

The Philosopher’s Arms, presented by Matthew Sweet, asks what sort of people should we bring into the world. In the pub this week are, among others, Oxford University professor Jeff McMahan and disability studies expert Tom Shakespeare.

Een werkelijk knap gemaakt programma over morele en filosofische kwesties. Er wordt gelachen om beslissingen van leven en dood. En een volledig hypothetische vraag leidt tot een compleet andere wereld, in elk geval als het aan het volk in de kroeg ligt.

Santa for president

Santa for President | The Truth, Radiotopia

Begint met 2’57” reclame, dan wordt het leuk. En het gaat misschien eigenlijk over Donald Trump, maar je mag er gerust een willekeurige Haagse politieke situatie in horen.

Twijfel je wel genoeg? En hoe zeker weet je dat?

Moral Certainty | Moral Maze, BBC Radio 4

“Het lijkt wel of we allemaal hetzelfde te moeten denken.”
“Dat denk ik ook.”

En er is een probleem met zeker weten.
“Dat weten we uit de natuurkunde en de liefde.”

Een programma om tot eind te luisteren.

Luisteraars!

Listeners’ Science Questions | Inside Science, BBC Radio 4 (30 minuten, mp3)

Daar gaan we weer, dacht ik. Waarom moeten er nou altijd luisteraars in een uitzending? Als radiomaker is het geweldig leuk om bellers in je uitzending te hebben. Als luisteraar hoor ik liever de mensen die er verstand van hebben. Omdat ze het meegemaakt hebben, omdat er erover gaan, omdat ze er onderzoek naar gedaan hebben. Een mening kan ik zelf ook wel verzinnen. En nog twee of drie andere meningen ook.

Bij wetenschapsprogramms’s is het al weinig anders. Een keer per jaar organiseert het Canadese Quirks and Quark een sessie met luisteraarsvragen. Het zijn niet de spannendste afleveringen. (Hier is de link naar de meest recente Quirks and Quarks Road Show. Dat is vooral voor de volledigheid. Je hoeft er niet op te klikken).

En dan is er ineens Inside Science. Presentator Adam Rutherford maakte zich ook een beetje zorgen over de vragen, dacht ik als ik zijn oproepen in de afgelopen weken hoorde. Maar die vrees was onterecht! Het zal ongetwijfeld geholpen hebben dat dit programma wordt uitgezonden op het ietwat elitaire BBC Radio 4. Voor een groot deel zal het ook zitten in de manier waarop de oproep geformuleerd werd. Het moest een vraag zijn die je niet zomaar even kunt opzoeken op Wikipedia.

Een luisteraar wil niet begraven of gecremeerd worden en vraagt zich af wat hij moet doen om een fossiel te worden. (Daar moet je overigens nog flink je best voor doen).

Ook de Britten komen met een ietwat obligate vraag over zwaartekracht. Daar helpt het weer dat er een goed panel van wetenschappers zit.

En er is een vraag die elke leerling natuurkunde had kunnen bedenken, over de energie van een veer. Maar zoals ook de panelleden zeggen: geweldig zo’n vraag. Want het hij zit slim in elkaar. En hoewel elke leerling dat misschien zou kunnen, doet vrijwel geen enkele dat.

Adam Rutherford and panellists Helen Czerski, Andrew Pontzen and Nick Crumpton answer listeners’ science questions: What’s the best way to become fossilised when you die? What are the most genetically different animals than can breed, either in the wild or in captivity? Why are there no animals with green fur? If one of the fundamental constants, like the speed of light, was 50% faster how would it affect our universe and would the universe even exist? Can we infer where the edge of our expanding universe is from its age – is that even a sensible question? Would you experience zero gravity at the centre of the Earth? At a busy airport are the chances of meeting and finding each other better if one person stays put in a space while the other person searches, or if both parties wander around searching? Find out the answers to these and more.

Het misverstand van het Japanse pacifisme

Is Japan Abandoning Pacifism? | The Inquiry, BBC World Service (23 minuten, mp3)

Hoe groot is de verandering die Japan doormaakt, nu de grondwet wordt veranderd? Dat valt wel mee, concludeert The Inquiry. Dat is niet omdat de verandering betekenisloos is. Eerder is het achterstallig onderhoud. De verandering, weg van het pacifisme, heeft al decennia geleden plaatsgevonden. “Eigenlijk was Japan maar twee jaar echt pacifistisch.”

(Maar lang niet alle Japanners hebben dat door.)

Japan is a pacifist country – at least that’s what its constitution says. The wording, introduced under the occupying forces after World War II, seems unequivocal: “the Japanese people forever renounce war as a sovereign right of the nation”. But new laws championed by conservative prime minister Shinzo Abe introduce a broader interpretation of what the constitution does, and does not, permit. Abe calls it “proactive pacifism”. Opponents say the laws are “war bills”, betraying the pacifism that has, for many, become central to Japanese national identity. There have been dramatic scenes in parliament with opposition MPs in tears. The majority of the public are opposed and people have taken to the streets in their tens of thousands. So, our question this week: is Japan abandoning pacifism?

De man die per ongeluk een planeet ontdekte

Life Changers – Didier Queloz | Discovery, BBC World Service (27 minuten, mp3)

Een planeet vinden was geen onderdeel van mijn promotie, zegt Didier Queloz. Twintig jaar geleden richtte hij zijn telescoop min of meer willekeurig op een ster, en merkte dat er een fout in de software zat waardoor een ster niet helemaal stil leek te staan. Die software had hij zelf in het afgelopen half jaar geschreven, dus dat was een vervelende zaak. Maar de echt lastige periode moest toen nog komen: proberen je promotieonderzoek af te maken als de hele wereld je aandacht vraagt, omdat er juist geen fout in de software zat. De schommeling van de ster betekende dat er een planeet omheen draaide.

Het is mooi om Queloz over zijn ontdekking te horen vertellen. Over hoe hij, maar ook zijn ervaren begeleider, de aandacht totaal onderschat hadden. De ontdekking van een planeet rond een zon-achtige ster betekent leven in het heelal! Niet dat er op ‘zijn’ planeet leven kan zijn: het is er duizend graden. Maar dat is wel wat de rest van de wereld bleek te denken.

“Come on!” zegt Queloz. En met zijn Franse accent werkt de woordspeling nog veel beter dan in Brits engels: “Life is chemistry. Life is not mystery, its chemistery.”

What Queloz had discovered was the first planet outside of our solar system orbiting a sun-like star. What’s more, it was massive – half the size of Jupiter, but with an orbit lasting only 4 days and with surface temperatures exceeding a 1000 degrees centigrade. This shouldn’t be possible according to our best theories of planetary formation, and yet here it was. With their discovery published Queloz and his supervisor, Michel Mayor, had rewritten the astronomy text books and opened to floodgates. In the 20 years since that night, nearly 1800 confirmed exoplanets have been discovered, and since the launch of NASA’s Kepler Observatory in 2009, several hundred Earth-like planets have been confirmed, orbiting suns at a distance that could potentially support life. In the last of the current series of Life Changers, Kevin Fong talks to Didier Queloz about that remarkable night, its impact on science and our quest to answer perhaps the most fundamental question of all: are we alone in the Universe?

No War Yes Peace

Metrohalte Kokkai-Gijido-mae. Zodra ik uit het perron op stap sta ik oog in oog met een politieman. Hij maakt een korte, beleefde knik, maar zijn blik is oplettend en scherp. Hij kijkt me geen seconde langer aan dan nodig. Op de muur van het perron staat in grote letters National Diet Building. Hierboven moet het parlementsgebouw staan.

Ik volg de pijlen. Op dit station kun je overstappen van de Marunouchi Lijn op de Chiyoda Lijn, zegt de metro-app. In de praktijk is het een stevige wandeling van 535 meter door tunnels, trappen op, trappen af, en een enkele roltrap. 535 meter. Dat is meer dan een halve kilometer. Ik bedenk me dat het mogelijk moet zijn om wekenlang in Japan door te brengen zonder ooit buiten te komen. Als je niet wilt, hoef je zelfs geen daglicht te zien, alleen het zachtgele schijnsel van TL-balken.

Lopend van het Maronouchi naar het Chiyoda-station kom ik nog minstens vijf politiemannen tegen. Zo op het eerste gezicht zijn ze niet bewapend. Ze staan op hun plek, met allemaal die zelfde oplettende blik.

Het is de maandag na de week waarin Japan besloot dat oorlog soms een oplossing kan zijn. Voor de hekken van de Diet stonden 120-duizend mensen te demonstreren. Het was luidruchtig maar vreedzaam. In het parlement ging het er aanmerkelijk ruiger aan toe. Dat kon het besluit niet tegenhouden. Het is gevallen, al moeten er, als ik het goed begrijp, nog wel wat formaliteiten worden doorlopen.

Dat het besluit genomen is, doet er niets aan af dat het allemaal nog niet voorbij is. In zijn wekelijkse e-mail merkt Radboud Molijn van Dujat op: 50 jaar geleden moest de grootvader van premier Abe aftreden, kort nadat hij een ‘veiligheidsovereenkomst‘ had gesloten met de Amerikaanse regering. Het pact regelt onder andere dat het Amerikaanse leger grote base heeft in Okinawa, en het bevat de belofte dat de landen elkaar blij zullen staan mocht een van de twee worden aangevallen. Ook toen maakte men zich zorgen om de mogelijkheid dat Japan nu in oorlogen verwikkeld zou kunnen raken, maar artikel 9 van de grondwet stelde enigszins gerust – het artikel dat nu wordt geschrapt.

Ook nu is de rust nog niet volledig weergekeerd, al heb ik nog niemand horen suggeren dat premier Abe binnenkort zal moeten vertrekken.

Dat wil zeggen, de woonwijken van Kyoto hangen vol met foto’s van de oppositieleider die zich het felst tegen de grondwetswijziging verzette. Zo op het oog zijn het verkiezingspostertjes, alleen hangen ze in de ramen van huizen. Bij eerdere verkiezingen viel me juist op hoe braaf alle posters op speciale verkiezingsborden geplakt worden. Alleen op die borden, en dan netjes in het aangegeven vak, verder niet.

In alle stadjes en steden waar ik kwam stonden mensen te demonstreren. Een week of twee geleden, een paar honderd kilometer ten noorden van Tokio, las ik vaak de kreet No War Yes Peace – alsof het niet voldoende is om alleen maar ergens tegen te zijn. Soms stonden er niet meer dan een man of vijf of tien, maar een dag later stonden er weer mensen, en meestal waren dat niet dezelfden.

Alleen Hakodate, net aan het begin van Hokkaido, viel op. Daar werd niet gedemonstreerd. Misschien geldt dat voor heel dat eiland, want noordelijker ben ik niet geweest, maar ik kan het me eigenlijk niet goed voorstellen.

Nu ik in Tokio ben, besluit ik even langs de Diet te lopen. Deze maandagvond zijn er toch nog tientallen demonstranten. Het zijn er meer dan vijftig, minder dan honderd. Ze scanderen. Ze klappen, soms ritmisch, dan applaudiserend. Ze houden tekstborden omhoog. De meeste borden zijn in het Japans, maar het cijfer 9 verraadt de inhoud. Een enkel bord bevat de kreet No War. Yes Peace is er niet meer bij.

De mannen en vrouwen zijn bijna zonder uitzondering de veertig gepasseerd, een aantal is waarschijnlijk boven de zeventig. De meesten zitten in een lange rij op een stenen muurtje langs de weg. Twee cameraploegen nemen interviews af. Voor een van de camera’s staat een meisje van rond de twintig met een ernstig gezicht haar verhaal te doen.

Langs de weg die naar de Diet leidt, staan de lichtgroene bussen van de politie. Het zijn dezelfde bussen die vorige week gebruikt werden om een afgeschermde doorgang te maken voor kamerleden en ministers. Met honderdtwintig duizend mensen is dat misschien nodig, maar niet met vijftig demonstranten.

Net als in de metro staan ook rond het parlementsgebouw elke honderd meter een of twee politiemensen. De meesten zijn bewapend met een houten stok van een meter of anderhalf. Een enkeling heeft een zwart leren holster aan zijn riem hangen.

Het is een overmacht die overbodig is en enigszins misplaatst aanvoelt. In tegenstelling tot de regering zijn deze demostranten niet zo van de gewapende strijd. Mischien, zo bedenk ik me terwijl ik de rij demonstranten voorbij loop, is dat Yes Peace toch een nuttige toevoeging.

Konijntjes zijn cute

Photograph It Rains In Japan by Mark Beekhuis on 500px
It Rains In Japan

Het stormt en het regent in Tokio, precies zoals de piloot voorspelde. Maar het is wel 27 graden, dus op een bepalde manier is het prima weer. Met een T-shirt onder mijn overhemd en een jas ben ik veel te warm gekleed. Zodra de regen iets afneemt gutst het zweet van mijn voorhoofd.

Aangekomen bij het hotel besluit ik dat alleen een T-shirt meer voor de hand ligt. Ik had er niet zo over nagedacht, maar op dat shirt staan Japanse tekens. Het is gekocht bij een eerder bezoek aan deze stad. Japanners dragen T-shirts met stoere Westerse letters, dus het voelt een klein beetje ongemakkelijk dat ik juist met die kanji en katakana op mijn borst loop.

“Spreekt u Japans?” vraagt de mevrouw achter de balie van het hotel vol verwachting. “Een paar woorden”, antwoord ik. Ik zit op het niveau dat ik blij opkijk als ik de Engelse oorsprong van een woord meen te herkennen. Kaabatsu (kool, cabbage), hoteru (hotel), hankatjie (zakdoek) en paassokon (personal computer). Dat gaat niet altijd goed, want in de koohie (koffie) doen ze satoo, wat geen zout is maar suiker.

Op mijn zwarte T-shirt staan twee woorden, in grote witte tekens: konijn, verpletteren. Zo heette ook de tentoonstelling waar dit shirt vandaan komt: Bunny Smash.

De mevrouw leest de woorden van achter de balie aandachtig en hardop voor. Bun-nie. Sma-shu. Er verschijnt een vertederde blik in haar ogen. “Bunnie Smash. That! Is! Sooo! Cute!”

Nachtvucht

Photograph Night Flight
Night Flight

“Is dit uw tas?” Ik knik. De vrouw die mijn rugzak van de lopende band pakt kijkt me streng aan: “Er zitten sleutels in uw tas.” Ze kijkt nog eens naar de monitor en vraagt dan of ik de sleutels uit de tas wil halen.

Zonder morren grijp ik in het kleine vakje aan de zijkant en leg de sleutels in de plastic bak die net door het rontgenapparaat is gegaan. De vrouw legt de rugzak op de sleutels en zegt dat de tas nog een keer door de scanner moet.

Ik zie het allemaal gefascineerd aan. Door hoe alles ligt moet ze op de monitor een identiek plaatje te zien krijgen. Waar eerst het textiel van de tas een klein beetje naar buiten bolde, is dat nu andersom. Verder ligt alles zoals het eerder ook lag.

De vrouw kijkt tevreden wanneer de rugzak voor de tweede keer uit de scanner komt. Deze tas is veilig. Ik stop mijn sleutels weer in het kleine vakje aan de zijkant.