Het misverstand van het Japanse pacifisme

Is Japan Abandoning Pacifism? | The Inquiry, BBC World Service (23 minuten, mp3)

Hoe groot is de verandering die Japan doormaakt, nu de grondwet wordt veranderd? Dat valt wel mee, concludeert The Inquiry. Dat is niet omdat de verandering betekenisloos is. Eerder is het achterstallig onderhoud. De verandering, weg van het pacifisme, heeft al decennia geleden plaatsgevonden. “Eigenlijk was Japan maar twee jaar echt pacifistisch.”

(Maar lang niet alle Japanners hebben dat door.)

Japan is a pacifist country – at least that’s what its constitution says. The wording, introduced under the occupying forces after World War II, seems unequivocal: “the Japanese people forever renounce war as a sovereign right of the nation”. But new laws championed by conservative prime minister Shinzo Abe introduce a broader interpretation of what the constitution does, and does not, permit. Abe calls it “proactive pacifism”. Opponents say the laws are “war bills”, betraying the pacifism that has, for many, become central to Japanese national identity. There have been dramatic scenes in parliament with opposition MPs in tears. The majority of the public are opposed and people have taken to the streets in their tens of thousands. So, our question this week: is Japan abandoning pacifism?

No War Yes Peace

Metrohalte Kokkai-Gijido-mae. Zodra ik uit het perron op stap sta ik oog in oog met een politieman. Hij maakt een korte, beleefde knik, maar zijn blik is oplettend en scherp. Hij kijkt me geen seconde langer aan dan nodig. Op de muur van het perron staat in grote letters National Diet Building. Hierboven moet het parlementsgebouw staan.

Ik volg de pijlen. Op dit station kun je overstappen van de Marunouchi Lijn op de Chiyoda Lijn, zegt de metro-app. In de praktijk is het een stevige wandeling van 535 meter door tunnels, trappen op, trappen af, en een enkele roltrap. 535 meter. Dat is meer dan een halve kilometer. Ik bedenk me dat het mogelijk moet zijn om wekenlang in Japan door te brengen zonder ooit buiten te komen. Als je niet wilt, hoef je zelfs geen daglicht te zien, alleen het zachtgele schijnsel van TL-balken.

Lopend van het Maronouchi naar het Chiyoda-station kom ik nog minstens vijf politiemannen tegen. Zo op het eerste gezicht zijn ze niet bewapend. Ze staan op hun plek, met allemaal die zelfde oplettende blik.

Het is de maandag na de week waarin Japan besloot dat oorlog soms een oplossing kan zijn. Voor de hekken van de Diet stonden 120-duizend mensen te demonstreren. Het was luidruchtig maar vreedzaam. In het parlement ging het er aanmerkelijk ruiger aan toe. Dat kon het besluit niet tegenhouden. Het is gevallen, al moeten er, als ik het goed begrijp, nog wel wat formaliteiten worden doorlopen.

Dat het besluit genomen is, doet er niets aan af dat het allemaal nog niet voorbij is. In zijn wekelijkse e-mail merkt Radboud Molijn van Dujat op: 50 jaar geleden moest de grootvader van premier Abe aftreden, kort nadat hij een ‘veiligheidsovereenkomst‘ had gesloten met de Amerikaanse regering. Het pact regelt onder andere dat het Amerikaanse leger grote base heeft in Okinawa, en het bevat de belofte dat de landen elkaar blij zullen staan mocht een van de twee worden aangevallen. Ook toen maakte men zich zorgen om de mogelijkheid dat Japan nu in oorlogen verwikkeld zou kunnen raken, maar artikel 9 van de grondwet stelde enigszins gerust – het artikel dat nu wordt geschrapt.

Ook nu is de rust nog niet volledig weergekeerd, al heb ik nog niemand horen suggeren dat premier Abe binnenkort zal moeten vertrekken.

Dat wil zeggen, de woonwijken van Kyoto hangen vol met foto’s van de oppositieleider die zich het felst tegen de grondwetswijziging verzette. Zo op het oog zijn het verkiezingspostertjes, alleen hangen ze in de ramen van huizen. Bij eerdere verkiezingen viel me juist op hoe braaf alle posters op speciale verkiezingsborden geplakt worden. Alleen op die borden, en dan netjes in het aangegeven vak, verder niet.

In alle stadjes en steden waar ik kwam stonden mensen te demonstreren. Een week of twee geleden, een paar honderd kilometer ten noorden van Tokio, las ik vaak de kreet No War Yes Peace – alsof het niet voldoende is om alleen maar ergens tegen te zijn. Soms stonden er niet meer dan een man of vijf of tien, maar een dag later stonden er weer mensen, en meestal waren dat niet dezelfden.

Alleen Hakodate, net aan het begin van Hokkaido, viel op. Daar werd niet gedemonstreerd. Misschien geldt dat voor heel dat eiland, want noordelijker ben ik niet geweest, maar ik kan het me eigenlijk niet goed voorstellen.

Nu ik in Tokio ben, besluit ik even langs de Diet te lopen. Deze maandagvond zijn er toch nog tientallen demonstranten. Het zijn er meer dan vijftig, minder dan honderd. Ze scanderen. Ze klappen, soms ritmisch, dan applaudiserend. Ze houden tekstborden omhoog. De meeste borden zijn in het Japans, maar het cijfer 9 verraadt de inhoud. Een enkel bord bevat de kreet No War. Yes Peace is er niet meer bij.

De mannen en vrouwen zijn bijna zonder uitzondering de veertig gepasseerd, een aantal is waarschijnlijk boven de zeventig. De meesten zitten in een lange rij op een stenen muurtje langs de weg. Twee cameraploegen nemen interviews af. Voor een van de camera’s staat een meisje van rond de twintig met een ernstig gezicht haar verhaal te doen.

Langs de weg die naar de Diet leidt, staan de lichtgroene bussen van de politie. Het zijn dezelfde bussen die vorige week gebruikt werden om een afgeschermde doorgang te maken voor kamerleden en ministers. Met honderdtwintig duizend mensen is dat misschien nodig, maar niet met vijftig demonstranten.

Net als in de metro staan ook rond het parlementsgebouw elke honderd meter een of twee politiemensen. De meesten zijn bewapend met een houten stok van een meter of anderhalf. Een enkeling heeft een zwart leren holster aan zijn riem hangen.

Het is een overmacht die overbodig is en enigszins misplaatst aanvoelt. In tegenstelling tot de regering zijn deze demostranten niet zo van de gewapende strijd. Mischien, zo bedenk ik me terwijl ik de rij demonstranten voorbij loop, is dat Yes Peace toch een nuttige toevoeging.

Konijntjes zijn cute

Photograph It Rains In Japan by Mark Beekhuis on 500px
It Rains In Japan

Het stormt en het regent in Tokio, precies zoals de piloot voorspelde. Maar het is wel 27 graden, dus op een bepalde manier is het prima weer. Met een T-shirt onder mijn overhemd en een jas ben ik veel te warm gekleed. Zodra de regen iets afneemt gutst het zweet van mijn voorhoofd.

Aangekomen bij het hotel besluit ik dat alleen een T-shirt meer voor de hand ligt. Ik had er niet zo over nagedacht, maar op dat shirt staan Japanse tekens. Het is gekocht bij een eerder bezoek aan deze stad. Japanners dragen T-shirts met stoere Westerse letters, dus het voelt een klein beetje ongemakkelijk dat ik juist met die kanji en katakana op mijn borst loop.

“Spreekt u Japans?” vraagt de mevrouw achter de balie van het hotel vol verwachting. “Een paar woorden”, antwoord ik. Ik zit op het niveau dat ik blij opkijk als ik de Engelse oorsprong van een woord meen te herkennen. Kaabatsu (kool, cabbage), hoteru (hotel), hankatjie (zakdoek) en paassokon (personal computer). Dat gaat niet altijd goed, want in de koohie (koffie) doen ze satoo, wat geen zout is maar suiker.

Op mijn zwarte T-shirt staan twee woorden, in grote witte tekens: konijn, verpletteren. Zo heette ook de tentoonstelling waar dit shirt vandaan komt: Bunny Smash.

De mevrouw leest de woorden van achter de balie aandachtig en hardop voor. Bun-nie. Sma-shu. Er verschijnt een vertederde blik in haar ogen. “Bunnie Smash. That! Is! Sooo! Cute!”

Nachtvucht

Photograph Night Flight
Night Flight

“Is dit uw tas?” Ik knik. De vrouw die mijn rugzak van de lopende band pakt kijkt me streng aan: “Er zitten sleutels in uw tas.” Ze kijkt nog eens naar de monitor en vraagt dan of ik de sleutels uit de tas wil halen.

Zonder morren grijp ik in het kleine vakje aan de zijkant en leg de sleutels in de plastic bak die net door het rontgenapparaat is gegaan. De vrouw legt de rugzak op de sleutels en zegt dat de tas nog een keer door de scanner moet.

Ik zie het allemaal gefascineerd aan. Door hoe alles ligt moet ze op de monitor een identiek plaatje te zien krijgen. Waar eerst het textiel van de tas een klein beetje naar buiten bolde, is dat nu andersom. Verder ligt alles zoals het eerder ook lag.

De vrouw kijkt tevreden wanneer de rugzak voor de tweede keer uit de scanner komt. Deze tas is veilig. Ik stop mijn sleutels weer in het kleine vakje aan de zijkant.

Wat Japanse kinderen niet over China leren – BLT Media

De spanningen tussen China en Japan lopen op, het laatste jaar. Dat is op politiek niveau. Maar hoe denken de mensen zelf over elkaar, en hoe goed kennen ze elkaar eigenlijk? Wat leren ze bij voorbeeld van hun gedeelde geschiedenis?
De BBC World Service stuurde een Japanse en een Chinese journaliste samen eropuit. Twee weken trekken ze met elkaar op. Volgende week zijn ze in China, deze week in Japan.
Missing Histories: China and Japan | Freedom 2014, BBC World Service

Medea Benjamin is een anti-oorlogsactiviste. Zij is zo iemand die schreeuwend vanuit de zaal een speech van president Obama onderbreekt. Waarom doen mensen dat? I was born a rebel, zegt ze zelf. Maar dat is niet de hele verklaring.
I Was Born a Rebel | Reality Asserts Itself, The Real News

De Amerikaanse hoogleraar Lawrence Lessig voert campagne tegen de macht van het geld in de Amerikaanse politiek. Met een groep mensen liep hij een mars van bijna 300 kilometer, om aandacht te vragen voor een vraag die aan alle presidentskandidaten gesteld moet gaan worden: Wat gaat ú doen om een einde te maken aan dit corrupte systeem?
Putting Political Corruption on Ice | Bill Moyers & Company

v/h BLT Media podcast bij iTunes of via RSS

Zuivere koffie in het vliegtuig

IMG_20131123_094730

Als je het vliegtuig instapt, ligt er bij British Airways een krant voor je klaar. Dat vind ik een fijne service. Het hoeft niet en ze doen het toch. Voel je bovendien niet bezwaard, want BA zamelt het papier apart in en zorgt ervoor dat het gerecycled wordt.

Aan boord schenken ze “100% Rainforest Alliance Certified ground coffee” in een bekertjes dat is gemaakt van “sustainable sources”. Ze zijn goed bezig. En misschien doen ze nog wel meer dan ik weet.

Toch heb ik er een dubbel gevoel bij. Want het is natuurlijk gefröbel in de marge. Het is nuttig gefröbel, maar het doet niets aan de grootste milieubelasting van vliegtuigen. Per persoon waren we op de vlucht naar Japan waarschijnlijk verantwoordelijk voor zo’n 0,7 ton CO2-uitstoot. (Hoeveel dat is? Een gemiddelde Nederlander zit rond de 15 ton in een heel jaar.) Voor het gemak neem ik aan dat in die 0,7 ton alleen de uitstoot van de brandstof zit, dus dat de bereiding van het vliegtuigvoedsel, het afspelen van de films, of het wassen van de dekens er nog niet in zitten. Om van de productie van het vliegtuig maar te zwijgen.

BA erkent dat het bestaan van dat probleem, anders zouden ze niet zoveel werk maken van recycling van grondstoffen en de bescherming van het tropisch regenwoud.

Hella Hueck van RTL Nieuws schreef pas een column over de journalistieke valkuil van het of-denken. Ze zegt daarin dat goed-of-fout de werkelijkheid vaak tekort doet. En ik denk dat de duurzaamheidsbeleid van BA daar een goed voorbeeld van is. Koffie goed en vliegtuig slecht. Toch ben ik het niet met haar eens. Ik geloof niet dat het een valkuil is. In veel gevallen kun je alles bij elkaar optellen of tegen elkaar afwegen, en dan blijft een eenduidige conclusie over. In dit geval dat vliegen sterk bijdraagt aan de klimaatverandering. Dat het iets is dat je zo min mogelijk moet doen, hoe zuiver de koffie en de intenties ook zijn.

Ik hoop natuurlijk dat BA doorgaat met zuivere koffie uit goede bekertjes. Misschien kunnen ze zelfs een biologische maaltijdoptie toevoegen? Maar het blijft gefröbel in de marge.

Na een paar weken weg geweest te zijn, presenteer ik vandaag weer BNR Duurzaam. We gaan het hebben over lokale energie-opwekking en over het laatste stapje uit de voortslepende klimaatonderhandelingen. Het zou me niets verbazen als Hella Hueck bij die verhalen juist helemaal gelijk krijgt.

Bunny Smash & de Wondere Wereld

IMG_20131121_085145

Chriet Titulaer werd ooit in een interview gevraagd hoe hij toch de tijd vond om te doen wat hij allemaal deed. Televisieprogramma’s maken over techniek, boeken schrijven over ruimtevaart, een Huis van de Toekomst bouwen. Zijn antwoord stond zo ver af van mijn leven als tien- of twaalfjarige, dat ik het onthouden heb: Op lange vluchten kun je heel efficiënt boeken schrijven. Dus daar ging hij weer, een item opnemen over robotjes in Japan. Want de wondere wereld, dat was toch vooral Japan.

In het MOT in Tokio is op dit moment de tentoonstelling Bunny Smash – design to touch the world te zien. Die titel zegt eigenlijk al genoeg. Je weet meteen dat Japan nog altijd een wondere wereld is.

Misschien wel het hoogtepunt van Bunny Smash, is The Moonwalk Machine – Selena’s Step, van Sputniko! Onderdeel van die installatie is deze video, over een meisje dat in haar eigen droomwereld leeft. Een meisje dat een ingenieuze robot bouwt, en een ruimtereis gaat maken.

Binnenrijm

IMG_20131119_023201

Tegenwoordig zouden we het ‘een draai’ noemen. Een keizer die geen rekening hoeft te houden met een parlement -omdat dat er niet is- kan zich zoiets vrij eenvoudig veroorloven.

Die draai was de invoering van een smaadwet voor de pers, in 1875. Bij zijn aantreden, een paar jaar eerder, was de Meiji-regering nog voorstander van een vrije pers. Voortschrijdend inzicht kan soms snel komen wanneer iemand aan de macht komt.

Die smaadwet blijkt achteraf een eerste stap in een proces dat zo’n tachtig jaar duurde. Stapje voor stapje werd de persvrijheid teruggeschroefd, tot uiteindelijk, in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, een volledige censuur overbleef.

Het verhaal van het krantenmuseum in Yokohama is vooral het verhaal van de strijd om de persvrijheid. Een strijd die uiteindelijk gewonnen wordt, maar eerst volledig verloren. Er was zelfs een moment dat de kranten hun verzet tegen de censuur opgaven, vertelt het museum.

De protesten tegen die eerste smaadwet waren nog heftig. Zo heftig zelfs, dat de regering zich gedwongen voelde journalisten in de gevangenis te zetten. Maar zij bleven schrijven over de noodzaak van de invoering van een parlement. Zij bleven onthullingen publiceren over fouten die de regeringen maakte en stil probeerde te houden. Het leidde tot een verdere inperking van de persvrijheid.

Het speelt lang geleden en ver weg. Maar het gaat ook over nu.

– Er is een nieuwe perswet in Groot Brittannië;
– Er is discussie over misbruik van de Wet Openbaarheid van Bestuur bij ons;
– Er zijn censuur-Pieten die journalisten het werken onmogelijk maken;
– In Amerika is deze zomer de journalistieke bronbescherming uitgekleed;
– in het Vrije Westen worden journalisten geïntimideerd;
– worden journalisten vermoord;
– worden journalisten behandeld als terroristen;
– En van degenen die nu de belangrijkste onthullingen doen, wordt niet eens erkend dat het journalisten zijn. Dat zijn terroristen.

En dit zijn pas de eerste stappen. In Japan hield die richting de vorige keer tachtig jaar aan. Stapje voor stapje.

Hoe politici proberen om zo min mogelijk weerstand te veroorzaken, werd pas nog mooi zichtbaar in uitspraken van de Britse premier David Cameron.

Cameron threatens to act against newspapers publishing security leaks

“The approach we have taken is to try to talk to the press and explain how damaging some of these things can be.”

“I think it’s much better to appeal to newspapers’ sense of social responsibility.”

“But if they don’t demonstrate some social responsibility it would be very difficult for government to stand back and not to act.”

BBC

En juist dezer dagen is er ophef in Japan. Sinds de 1945 was elke inperking van de persvrijheid in dit land taboe. Maar wie herinnert zich nog de oorlog?

Japan secrecy act stirs fears about press freedom, right to know

Japanese Prime Minister Shinzo Abe’s government is planning a state secrets act that critics say could curtail public access to information on a wide range of issues, including tensions with China and the Fukushima nuclear crisis.

The new law would dramatically expand the definition of official secrets and journalists convicted under it could be jailed for up to five years.

Reuters

“Geschiedenis herhaalt zich nooit, maar rijmt altijd een keer”, zingt Spinvis. Alles wijst erop dat hij gelijk krijgt.

De perswetten leidden ook tot de oprichting van ondergrondse kranten, meldt het krantenmuseum haast terloops. Je had dus niet alleen Trouw, het Parool en het Vrije Volk, maar ook illegale Japanse kranten. Het is een ingewikkeld rijmschema aan het worden, met op veel momenten ook iets dat op binnenrijm lijkt.

Zeesterretjes

Yokohama vanuit de Sky Garden

“Ben je hier drie weken?” vraagt de man, terwijl hij de motor van het busje start. Het hele eiland Taketomi-jima is twee bij drie kilometer, dus meer dan vijfhonderd meter lopen kan het niet zijn. Evengoed word ik in alle vroegte naar de haven gebracht. “Japanners komen drie dagen”, zegt hij. “Europeanen komen drie weken. Zo is het altijd.”

Drie dagen lijkt me kort. Zelfs als je van het Japanse hoofdeiland komt is het toch een reis van meer dan een halve dag. En Taketomi-jima ligt sowieso ver weg van de Westerse wereld. Dat is niet alleen letterlijk, ook figuurlijk. De straten zijn er niet verhard, maar bestrooid met vergruisde schelpen en koraal. Er is geen neon. Er is überhaupt geen reclame. En er is maar één attractie op dit eiland: je kunt je laten rondrijden in een kar die getrokken wordt door een os.

Dat is trouwens niet helemaal waar. Een veel grotere attractie op dit eiland is het ‘goudzoeken’ op het strand. Kinderen, vriendinnen van begin twintig, stelletjes, volwassenen, ze zitten er allemaal gehurkt in het zand. Want in dat zand, tussen de schelpjes, zitten minescule zeesterretjes, waar je urenlang naar kunt zoeken. Je neemt wat zand op je hand, en met een vinger veeg je het er beetje bij beetje weer vanaf.
In het zand zitten ook kleine krabbetjes, die zich uit de voeten maken zodra je in hun buurt begint te graven. Het is een koddig gezicht, al die rennende schelpjes, met kleine oogjes die onder de rand uitsteken.

In al zijn eenvoud voelt het leven hier vertrouwd aan. Je hoeft je van niets af te vragen hoe het werkt of hoe het hoort. Er is niets om je die vragen over te stellen. En verder zijn er de eigenzinnige eilandbewoners, zoals je die verwacht, die weigeren te asfalteren en mee te gaan met al dat moderne gedoe. Dit is mijn eerste slaapplek zonder internet. Er zijn hele stukken op het eiland waar niet een wifi-signaal in de lucht hangt.

Het contrast met mijn volgende stop kan nauwelijks groter. Terug in de bewoonde wereld. Het is dringen voor de vitrines in het Yokohama Museum of Art. Voetje voor voetje schuifelen we langs de schilderingen op langgerekte rollen van zijde. De expositie geeft een overzicht van de schilderingen en tekeningen van Yokoyama Taikan (1868-1938) en de kunstenaars uit zijn omgeving. De tientallen Japanse bezoekers om mij heen zijn nauwelijks vooruit te branden. Ze wijzen naar details. Knikken instemmend. Herlezen het informatiebordje nog eens een tweede keer. Ik zie het aan, maar deze Japanse tafereeltjes uit de tweede helft van de negentiende eeuw gaan volledig langs mij heen. Hoewel ik terug ben in de moderne wereld is dit voor mij toch te ver weg.

Gedwee schuifel ik mee een volgende ruimte in. En daarmee andere wereld. Yokoyama heeft inmiddels een reis naar Europa gemaakt en is teruggekomen met nieuwe ideeën. Het laat zich nauwelijks uitleggen, want het blijven Japanse schilderijen, en het is zichtbaar dezelfde schilder, maar dít snap ik. Een grappige tekening van twee mannen, rijdend op ossen, naar boven kijkend, waar vogels op de wolken zitten en naar beneden kijken. Een prachtig schilderij van golven op zee. Bijna abstract, in een regelmatig patroon van penseelstreken met zwarte inkt. Net als eerder is het geschilderd op een oprolbaar stuk zijde. Maar anders. Het is alsof ik ineens bij een stuk van het strand gekomen ben waar heel veel zeesterretjes zitten.